Gaan we voor 2023 al over de anderhalve graad opwarming die klimaatakkoord Parijs moest vermijden?

16 februari 2019

De kans dat de klimaatdoelstellingen Parijs - de opwarming beperken tot maximaal anderhalve graad Celsius- al voor 2023 overschreden gaan worden, is nu 10%. Onderzoekers van het Britse Met Office voorspellen dat de komende vijf jaar de temperaturen wereldwijd – maar voornamelijk op hogere breedtes en boven het land – weer fors zullen stijgen.

“We voorspellen dat de wereldwijde gemiddelde temperatuur tussen nu en 2023 hoog blijft, waarmee het decennium tussen 2014 en 2023 weleens het warmste decennium in meer dan 150 jaar kan worden” stellen ze bij het Met Office. De 20 warmste jaren ooit gemeten vonden sowieso in de afgelopen 22 jaar plaats, maar de mate van opwarming in de afgelopen vier jaar was uitzonderlijk, zowel op het land als in de oceaan.

2018 was het op drie na warmste jaar ooit gemeten. Alleen 2016, 2017 en 2015 waren warmer. Nieuw onderzoek suggereert nu dat die top vier de komende vijf jaar behoorlijk overhoop zal worden gegooid.

2015 was het eerste jaar waarin de wereldwijde gemiddelde temperatuur aan het oppervlak 1 graad Celsius hoger lag dan in pre-industriële tijden en de daaropvolgende drie jaren zijn allemaal vrij dicht bij dat niveau in de buurt gebleven. Het Britse Met Office voorspelt nu dat de wereldwijde gemiddelde temperatuur tussen nu en 2023 hoog blijft, waarmee het decennium tussen 2014 en 2023 weleens het warmste decennium in meer dan 150 jaar kan worden.

10% kans

Als de temperatuur meerdere jaren op rij 1 graad of meer boven pre-industriële temperaturen ligt, neemt de kans op een uitschieter naar 1,5 graad opwarming ten opzichte van pre-industriële tijden toe. Voorspellingen suggereren nu dat er rond de 10% kans is dat er tussen 2019 en 2023 een jaar zit waarin de temperatuur tijdelijk meer dan 1,5 graad Celsius hoger ligt.

De gemiddelde wereldwijde temperatuur lag in 2018 0,83 graden Celsius hoger dan gemiddeld in de periode tussen 1951 en 1980 het geval was. En daarmee is 2018 het op drie na warmste jaar ooit gemeten. Alleen 2016, 2017 en 2015 waren warmer.

Onderzoekers van NASA, NOAA (National Oceanic and Atmospheric Administration) en de WMO (World Meteorological Organization) trokken die conclusie onafhankelijk van elkaar. Ze baseren zich op metingen van zo’n 6.300 weerstations wereldwijd. De oppervlaktetemperatuur van de oceanen werd gemeten door apparatuur aan boord van schepen en boeien. En ook op Antarctische onderzoekstations werden data verzameld.

Trend

De verzamelde gegevens onthullen dat 2018 past in de trend die we op lange termijn zien. Sinds 1880 is de wereldwijde oppervlaktetemperatuur geleidelijk aan met zo’n 1 graad Celsius gestegen. Die opwarming is voor het grootste stuk te wijten aan menselijke activiteiten en dan met name een flinke toename in de uitstoot van broeikasgassen, zoals CO2.

Dat 2018 de boeken in zou gaan als een warm jaar, zag een blinde aankomen. Grote delen van Europa, Nieuw-Zeeland, het Midden-Oosten en Rusland hadden in de zomer van 2018 te maken met recordbrekend hoge temperaturen. Het leidde tot grote problemen, zoals droogte en bosbranden.

Afgaand op wat we in de eerste maand van dit jaar hebben gezien, lijkt het erop dat ook 2019 keurig in de trend gaat passen. Zo heeft Australië zojuist de warmste januari ooit gemeten achter de rug. Het land werd getroffen door hittegolven die zowel qua schaal als duur hun weerga niet kennen. En Tasmanië maakte de droogste januari ooit gemeten door, wat resulteerde in vernietigende bosbranden. Ondertussen was het in Noord-Amerika extreem koud, maar blijkbaar niet koud genoeg om de balans in evenwicht te brengen.


Lees meer

Dit al gelezen?