© istock

Droogte heeft ook z'n voordelen: pak minder tekenbeten nu. Dit is waarom

19 juli 2018

Je zou denken dat met dat aanhoudend mooi weer er meer mensen een beet van een teek oplopen, maar de aanhoudende droogte zorgt voor een verrassend neveneffect: er zijn er spectaculair minder. 

De jongste weken woorden een pak minder tekenbeten gemeld dan normaal in deze periode. Dat heeft te maken met het aanhoudend droge weer. Bij dit soort weer blijken teken zich immers vaker te verstoppen in de bodem, om uitdroging te voorkomen.

Teken worden actief vanaf ongeveer 7 graden. Ze hebben die temperatuur nodig om te kunnen functioneren. Hoe warmer het wordt, hoe actiever de teken worden. Maar als de luchtvochtigheid afneemt, zoals nu, lopen ze het risico om uit te drogen. Daarom verstoppen ze zich vaker in de grond.

Wat niet wil zeggen dat de teken niet meer gevaarlijk zijn. Je blijft best controleren op tekenbeten na een bezoek aan het bos, het park of de duinen. Want hoewel de teken nu minder actief zijn, worden wekelijks nog duizenden mensen gebeten. De jongste jaren is hun aanwezigheid immers fors toegenomen in onze contreien.

Rode ring? Naar de dokter!

Hoe sneller een teek wordt verwijderd, des te kleiner de kans is op besmetting met de ziekte van Lyme. Gemiddeld is dat bij 1 op de 50 beten het geval. Mensen die een rode ring of vlek hebben rond een tekenbeet of koorts krijgen nadat ze zijn gebeten, gaan het best meteen naar de huisarts.

Een teek kan immers de Borrelia-bacterie bij zich dragen. Wie daarmee besmet raakt, ziet vaak eerst een rode kring of vlek rondom de tekenbeet verschijnen. Als op dat moment behandeld wordt met antibiotica, genezen de meeste mensen zonder dat ze er latere klachten aan overhouden. Mensen die wel ziek worden na een tekenbeet kunnen klachten aan hun zenuwstelsel en hart krijgen. Twee procent van de mensen met een tekenbeet krijgt de ziekte van Lyme.

Teken zijn bloedzuigende parasieten die verwant zijn aan mijten en spinnen. Hun levenscyclus bestaat uit een passief ei-stadium en drie actieve stadia: larve, nimf en adult (volwassen). Voor de ontwikkeling naar een volgend stadium heeft de teek een bloedmaaltijd nodig. Het volledige ontwikkelingsproces neemt gewoonlijk een periode van twee à drie jaar in beslag waarbinnen elk actief stadium eenmalig een gastheer zoekt.

Vooral in Antwerpen, Limburg, Vlaams Brabant en Luxemburg

Teken zitten doorgaans op lage begroeiing zoals lage struiken en grassen. Als een potentiële gastheer (mens of dier) in de buurt komt klampen ze zich vast om vervolgens een geschikte plaats op het lichaam te zoeken om gedurende enkele dagen bloed te zuigen. Een volgezogen teek laat zich op de grond vallen en na een rustperiode start het volgende stadium.

De teken die de ziekte dragen zijn aanwezig in bijna alle arrondissementen van het land maar dat het risico groter is in de provincies Antwerpen, Limburg, Vlaams Brabant en Luxemburg.

Teken komen trouwens niet alleen in bossen en op heidevelden voor, maar ook in parken, speeltuinen en tuinen.

Lees meer

Dit al gelezen?