© iStock

Uranus stinkt echt naar scheten, maar gelukkig moeten we die nooit ruiken

24 april 2018

In een nieuw onderzoek zijn wetenschappers tot de conclusie gekomen dat de planeet Uranus echt stinkt naar scheten. De reden waarom de atmosfeer van de planeet zo stinkt, geeft ons ook meer informatie over het ontstaan van de planeten.

Er is lang over gediscussieerd, maar nooit bewezen. Nu hebben wetenschappers in een studie in het magazine Nature Astronomy gezegd dat er stinkend gas aanwezig is in de wolken van de bovenste atmosfeer. Die bestaan vooral uit waterstofsulfide, ook wel zwavelwaterstof genoemd. Dat is de molecule dat rotte eieren zo doet stinken.

Wetenschappers hadden eerder al vastgesteld dat de atmosfeer van Uranus ammoniak en waterstofsulfide bevatte. Die bevindingen waren gebaseerd op het ontbreken van bepaalde lichtgolflengtes. De groep wetenschappers heeft samen met andere wetenschappers het infraroodlicht van de planeet ontleed. Dat licht werd opgevangen door de acht meter lange Gemini North-telescoop in Hawaï. Daarin vonden ze dan die stoffen.

Ontstaan van de planeten

Het weetje dat Uranus stinkt naar scheten is leuk, maar de ontdekking van de samenstelling van de atmosfeer van de planeet geeft ons ook meer informatie over de geschiedenis van ons zonnestelsel en het ontstaan er van.

Uranus en Neptunus zijn beide ijsplaneten, door de moleculen in hun samenstelling. Hierdoor kan het dat de wolken van Neptunus dezelfde samenstelling hebben als die van Uranus. Dit geeft aan dat deze planeten veel verder van de zon zijn ontstaan dan de gasplaneten Jupiter en Saturnus. Bij deze twee planeten werd geen waterstofsulfide vastgesteld in de atmosfeer, maar wel ammoniak.

Dodelijk temperaturen

De planeet bezoeken is onmogelijk. “Als een mens ooit op de planeet zou landen, zouden ze nooit de verschrikkelijke geur kunnen waarnemen. De temperatuur van 200 graden onder nul en de atmosfeer die vooral uit waterstof, helium en methaan bestaat zouden je meteen fataal worden, nog veel eerder dan de geur", zegt Patrick Irwin van de Universiteit van Oxford.

Lees meer

Dit al gelezen?