© EPA

Westerse bedrijven onderwerpen zich graag aan de Chinese één-partij-dictatuur

13 maart 2018

China wordt straks met zijn 1,4 miljard inwoners de grootste economie ter wereld. Een massa mensen die een bedrijf onmogelijk kan negeren.  Wie toegang wil tot deze markt moet dan ook de Chinese kijk op de wereld delen, eerder dan die van Brussel of Washington.  Maar de grootste consumentenmarkt ter wereld is ondertussen wel een ondoorzichtige één-partij dictatuur geworden. En dat stelt bedrijven voor een verscheurende keuze: "Wat is belangrijker? Onze waarden verdedigen of onze [beurs-]waardering beschermen?"

Eind februari werd in China een wet van kracht die de iCloud-dienst van Apple verplicht om alle data die in het land worden verzameld, op te slaan op servers die zich ook in China zelf bevinden. iCloud bewaart apps, foto's, documenten, muziek... zonder dat dit het geheugen van de smartphone of de computer belast. Voor Apple zat er dus weinig anders op dan in China een partner te gaan zoeken. 

Apple meldt nu dat alle data die in China via zijn iCloud-dienst worden opgeslagen op eenvoudige aanvraag met de Chinese autoriteiten of de politie zullen worden gedeeld. Volgens Amnesty International is dat een praktijk die in China eerder de regel dan de uitzondering vormt. 

[“Wij geloven dat privacy een fundamenteel mensenrecht is.” Deze uitspraak is van Tim Cook, de baas van Apple, en de quote staat ook te lezen op de website van het bedrijf. Maar dat dit niet voor China geldt is men vergeten te vermelden.]

Indien Apple dit niet had gedaan dan zou het naast een potentieel van 700 miljoen internetgebruikers grijpen. Voor een CEO is dit een verscheurende keuze...

© Getty Images

Excuses aan Beijing


Het zijn trouwens niet enkel Amerikaanse bedrijven als Apple, Delta, Medtronic en Marriott Hotels die voor China plat op de buik gaan. De voorbije maanden hebben ook de Australische vliegtuigmaatschappij Qantas, de Spaanse kledingketen Zara en de Duitse automaker Daimler hun excuses aangeboden aan Beijing. Wat hadden ze misdaan? Ze hadden Hong Kong, Taiwan, of Tibet als onafhankelijke landen weergegeven in hun marketingmateriaal.

Dat mag voor het Westen dan al een detail lijken, in China is het dat allerminst. De drie gebieden worden als een deel van China beschouwd. Konden CEO’s vroeger nog wegkomen met excuses in een privé-ontmoeting met iemand van de Chinese regering, dan zijn die dagen onder impuls van ‘president voor het leven’ Xi Jinping voorbij.

© EPA

Onze waarden of onze waardering?


Uiteraard is geld de drijfveer in dit conflict tussen handel en geopolitieke belangen. Honderden miljoenen Chinezen maken hun opwachting in de middenklasse en niemand wil de kip met de gouden eieren slachten. Maar dat betekent ook dat men de Chinese visie op de wereld moet aanvaarden, eerder dan die van Washington of Brussel.

Het werkt trouwens in beide richtingen, want steeds meer bedrijven zien China nu ook als een bron van kapitaal. Luttele weken nadat de CEO van Daimler zich tot twee maal toe excuseerde omdat zijn bedrijf de Dalai Lama had geciteerd in een advertentie, nam de Chinese autobouwer Geely - die ook al Volvo bezit - een belang van 9 miljard dollar in het Duitse bedrijf.

Wat kunnen we hieruit onthouden? 


De vraag die zich voor de bedrijfswereld stelt is de volgende: hoe kunnen we best een compromis bereiken tussen onze waarden en onze [beurs-]waardering, nu de grootste consumentenmarkt ter wereld een ondoorzichtige één-partij dictatuur is geworden?

Grote bedrijven hebben vaak en graag de mond vol over mensenrechten en sociale verantwoordelijkheden, maar wanneer puntje bij paaltje komt, zet men deze grote principes graag opzij en lijkt enkel nog de meerwaarde die men voor de aandeelhouders kan creëren van belang. 

Dit al gelezen?