© getty

IJsland heeft vierde premier op twee jaar tijd: wat is daar aan de hand?

9 februari 2018

IJsland werd in 2008 zwaar getroffen in de nasleep van de bankencrisis. De beurscijfers zakten toen met 97 procent, de waarde van de IJslandse kroon halveerde en IJsland werd het eerste land in 25 jaar dat genoodzaakt was om het Internationaal Monetair Fonds van de VN om een vrijstelling te vragen. Sindsdien liep het eiland, waar nog geen 340.000 mensen wonen, een hobbelig politiek parcours.

Sindsdien zijn er op het noordelijke eiland een aantal ethische en financiële spoken uit de bus gekomen. Heel wat IJslanders lopen dan ook niet meer hoog op met de zakelijke en politieke wereld in hun land en zijn achterdochtig voor corruptie.

Het resultaat: Katrín Jakobsdóttir (Vinstrihreyfingin-grænt framboð of Links-Groen) is de vierde IJslandse premier in amper twee jaar. Ze is sinds eind november aan de macht. Jakobsdóttir is een zelfverklaarde socialiste, feministe en ecologiste en draagt issues als klimaatverandering, gendergelijkheid en overheidsdiensten hoog in het vaandel. Jakobsdóttir is niet bepaald met haar gat in de boter gevallen. Zo is ze niet enkel belast met de taak om 340.000 IJslanders terug in de politiek te doen geloven, maar zit ze ook nog met twee conservatieve partijen in de regering. Dat wordt niet enkel moeilijk om te besturen, de partijen waren ook nog eens nauw betrokken bij bovenstaande schandalen.

“Er is veel gebeurd in de IJslandse politiek”, zegt Jakobsdóttir in de Britse krant The Guardian. “De mensen kunnen IJslandse politici echt niet vertrouwen. Ik kan hen dat niet kwalijk nemen. Maar we moeten nu bekijken hoe het vertrouwen in de politiek heropgebouwd kan worden.”

Regeringen vielen als vliegen

Jakobsdóttir geeft ook toe dat heel wat linkse politici, opiniemakers en activisten in IJsland nog steeds “kwaad” op haar zijn met de conservatie Onafhankelijkheidspartij en de centrumrechtse Progressieve Partij in zee gegaan is. Dat gebeurde na de parlementsverkiezingen van oktober 2017.

Het is van voor de Tweede Wereldoorlog geleden dat er in IJsland een regering was zonder die Onafhankelijkheidspartij. Partijleider Bjarni Benediktsson, de vorige premier, raakte in verschillende schandalen verwikkeld. Zo viel de regering omdat Benediktsson maanden achtergehouden had dat zijn vader een brief geschreven had, waarin hij pleitte voor de heropvoeding in plaats van een gevangenisstraf voor een veroordeelde pedofiel.

Ook kwam Benediktsson in opspraak omdat hij zijn miljoenenaandelen bij een grote IJslandse bank verkocht had toen de regering de financiële sector aan banden begon te leggen op het hoogtepunt van de crisis.

Alsof dat nog niet genoeg is, werd Benediktssonook genoemd in de Panama Papers, net als zijn voorganger als premier, Sigmundur Davíð Gunnlaugsson (Progressieve Partij). Die laatste moest in 2016 opstappen als regeringsleider nadat gebleken was dat zijn familie in het geheim geld had zitten in het buitenland.

Van de vorige vier IJslandse regeringen heeft er maar één de volle vier jaar van de ambtstermijn gehaald. Dat was toevallig de enige regering, waarvan Jakobsdóttir lid was als minister van Onderwijs.

Jakobsdóttir pakt het pragmatisch aan

Volgens heel wat bronnen heeft huidig premier Jakobsdóttir zowel Benediktsson, de huidige minister van Financiën, en Sigurður Ingi Jóhannsson, leider van de Progressieve Partij en minister van Transport, “rond haar vinger”.

Zelf geeft Jakobsdóttir daar weinig commentaar op afgezien van statements als “ik ken hen goed” en “alles gaat erg vlot”. Ook houdt ze vol dat het een goede beslissing was om met de conservatieve, omstreden politici een regering te vormen. Jakobsdóttir wijst er steeds op dat er in IJsland voor de crisis “minder ethische regels waren voor politici, geen regels of regulaties rond je belangen”. “Dat was verbazingwekkend, maar het is nu niet langer het geval. Ik kijk er pragmatisch tegenaan, niet op een morele manier. Ethisch werken is niet hetzelfde als legaal werken. De regering werkt omdat iedereen zegt ‘we moeten de regels voor onszelf uitwerken’. Daarna moeten we kijken hoe goed die regels effectief werken. Dat zijn we nu aan het doen.”

Gendergelijkheid, milieu en openbaar vervoer

Volgens Jakobsdóttir heeft IJsland “een systematische verandering nodig om haar zelfvertrouwen terug te winnen”. Ze geeft toe dat “met erg verschillende partijen, zowel op politiek als cultureel vlak” in een regering zitten “een gok” is, maar probeert het te zien als “een kans om onszelf heruit te vinden”.

Of dat ook zal lukken, zal van de prestaties van de nieuwe regering afhangen. Haar eerste plannen zijn om meer overheidsgeld te steken in gezondheid, onderwijs en openbaar vervoer na jaren van verloedering.

Ondertussen is er al veel verbeterd in IJsland. De financiële sector is grondig hervormd en het land kende in 2017 een economische groei van maar liefst 4,9 procent. Bovendien is nog amper 2,5 procent van de bevolking werkloos. Volgens Jakobsdóttir is er nog werk aan de winkel, want die vooruitgang wordt “niet geïnvesteerd in de publieke infrastructuur”, zegt ze.

Ook qua milieu heeft Jakobsdóttir ambitieuze plannen. Zo wil ook IJsland tegen 2040 CO2-neutraal zijn. “Dat is haalbaar”, zegt Jakobsdóttir. “IJsland heeft voldoende bronnen van hernieuwbare energie. We hebben voorsprong op andere landen. Toch zal dat niet lukken als niet iedereen zijn steentje bijdraagt.”

Jakobsdóttir wil ook de gendergelijkheid in haar land opschroeven. Dit jaar nog werd IJsland het eerste land ter wereld, waar gelijke lonen voor mannen en vrouwen bij wet verplicht zijn. Toch is IJsland volgens de premier nog steeds “geen genderparadijs”: “We hebben op dat vlak al veel goede dingen gedaan, maar er zijn momenteel veel minder vrouwen in het parlement dan tijdens de vorige termijn. Het doel is nog niet bereikt”. Ook zijn de actuele #MeToo-kwesties volgens Jakobsdóttir “een eye-opener”. Ze verklaart dat de strijd tegen gender-gebaseerd geweld en discriminatie “een absolute prioriteit” wordt van de overheidsinstellingen en haar partij.

Ook kijkt ze in het algemeen optimistisch naar de toekomst: “Ik denk dat de politie van deze eeuw veel rond de tegenstelling links-rechts zal draaien. Maar in feite gaat het echt om de mensen. Er is meer nood aan gelijkheid. Hoe we daar uiteindelijk komen, maakt niet uit.”

Lees meer

Dit al gelezen?