© iStock

Zomeruur voorlopig niet afgeschaft: Europarlement vraagt onderzoek

8 februari 2018

Het zomeruur blijft voorlopig. Vandaag heeft het Europees Parlement gestemd over een eventuele afschaffing van halfjaarlijkse verzetten van de klok, maar er kon geen meerderheid voor een afschaffing bijeengesprokkeld worden. Het Europees parlement vraagt nu aan de Europese Commissie dat er verder onderzoek gevoerd wordt naar de voor- en nadelen van het afschaffen van zomer- en winteruur.

Het Europees Parlement heeft tegen de afschaffing van zomer- en winteruur gestemd. Wel heeft de grote meerderheid aan de Europese Commissie gevraagd om een onderzoek te voeren. Het parlement wijst erop dat uit "tal van wetenschappelijke onderzoeken" niet blijkt dat het verzetten van de klok voordelen heeft. Maar over de effectieve afschaffing heeft het Europees Parlement voor alle duidelijkheid vandaag dus niet gestemd.

Na pleidooi van de Duitse hoogleraar chronobiologie Till Roenneberg werd er een werkgroep van zo’n 80 Europarlementsleden in het leven geroepen om zo’n afschaffing op de politieke agenda te krijgen.

Als sinds de jaren 70 draaien we de klok één uur naar voren in de nacht van de laatste zaterdag op de laatste zondag van maart.

Amper energiewinst

Het zomeruur werd destijds als energiebesparende maatregel ingevoerd in de nasleep van de oliecrisis van 1973. De redenering toen: als het 's avonds langer licht is, moeten de lichten namelijk minder snel aan.

Uit verschillende onderzoeken, onder andere die van Roenneberg, is gebleken dat die energiewinst erg klein is. Het zou gaan om een luttele jaarlijkse besparing van amper 2,60 euro op onze elektriciteitsrekening. Het halfjaarlijks veranderen van het uur brengt zelfs meer na- dan voordelen met zich mee, dat schrijft ook de Nederlandse krant Algemeen Dagblad. Zo is er sprake van meer hartaanvallen, meer verkeersongelukken, gezondheidsschade bij vooral jongeren en ouderen, koeien die minder melk geven en andere dieren die van slag zijn.

Christendemocraten wilden afschaffing

Vooral binnen de christendemocratische fractie waren veel parlementsleden voor een afschaffing. “Waar zijn we nu mee bezig? Door Nobelprijswinnaars is dat onderzoek al lang gedaan”, klonk het bij Annie Schreijer-Pierik (CDA). Bovendien was Tom Vandenkendelaere (CD&V, EVP) één van de spilfiguren van de parlementaire werkgroep. “Geen meerderheid in het Parlement voor de afschaffing van de uurwisseling, tot mijn eigen spijt. #thatsdemocracy”, schrijft die nu op Twitter.

Ook N-VA was voor een afschaffing. "De wetenschappelijke bewijzen stapelen zich op", zei Europees Parlementslid Mark Demesmaeker (N-VA) vanmorgen nog op Radio 1. “Bewijzen dat die afwisseling negatieve effecten heeft op bijvoorbeeld de volksgezondheid en de verkeersveiligheid."

De groenen en de liberalen waren minder te vinden voor een afschaffing. “Als de omschakeling wordt afgeschaft, zou ik willen dat de zomertijd blijft”, klinkt het bij Hilde Vautmans (Open Vld). “Die zeven maanden met een uur meer zonlicht, zou ik niet willen missen. Want als het altijd zomertijd zou zijn, zou de ochtendspits ook maandenlang in het donker verlopen en moeten kinderen ook maandenlang in complete duisternis naar school. Misschien moeten we dus gewoon maar ons boerenverstand gebruiken en de voordelen van beide tijden behouden en de omschakeling tussen zomer- en wintertijd niet afschaffen.”

Bovendien hebben de Finse en Poolse regeringen bij de EU aangedrongen op een afschaffing. Niet toevallig zijn dat landen die bitter weinig zon over zich krijgen.

Sinds 1976 in België

Spanje en Albanië begon als eerst in 1974 als eerste met het zomer- en winteruur. In 1975 volgden Griekenland en Cyprus. Frankrijk volgde in 1976, Nederland, België, Luxemburg, Portugal en Polen in 1977, Tsjecho-Slowakije, Bulgarije en Roemenië in 1979. De Bondsrepubliek wachtte nog tot 1980, totdat hierover een afspraak met de DDR was gemaakt. Ook Oostenrijk, Denemarken, Hongarije, Noorwegen en Zweden sloten zich toen aan. In 1981 volgden de Sovjet-Unie, Zwitserland, Finland en Liechtenstein, en in 1983 Joegoslavië. In 1985 sloot Andorra zich aan, als laatste land in Europa.

In West-Europa loopt de klok normaal gesproken al voor op de zonnetijd (in de Benelux in de winter circa 35 minuten). Gedurende de zomertijd wordt dat nog een uur meer. Dat extra uur wordt door sommige mensen als te groot ervaren.

Een ander bezwaar zijn de moeizame omschakelingen tussen zomer- en wintertijd. Mensen blijken wel degelijk moeite te hebben om zich aan te passen aan wijzigingen in het dagritme. Vooral kinderen, ouderen en avondmensen hebben daar last van, waardoor ze in de week na de aanpassing oververmoeid kunnen raken. Ook daarna kan het langer licht blijven 's avonds problemen opleveren met in slaap komen, en slaapproblemen kunnen de arbeidsproductiviteit verlagen.

In 2007 hebben wetenschappers van de Rijksuniversiteit Groningen, in samenwerking met de Ludwig Maximilians-Universiteit te München, aangetoond dat de zomertijd een langdurig en behoorlijk groot effect heeft op de biologische klok van de mens.

De energiebesparende effecten van het zomer- en winteruur blijken ook niet te zijn wat men er van had verhoopt.

Lees meer

Dit al gelezen?