© Getty Images

280 mensen deelden een goed bewaard muzikaal geheim, maar Ghostpoet blijft wel vechten voor elke naar hen toe gekeerde rug

3 februari 2018

Kwamen we in de Ancienne Belgique aan, bleek Triggerfinger in de grote zaal te spelen. Eerst dachten we dat we onszelf van concertdatum vergist hadden, maar de waarheid was veel meer ontnuchterend: ondanks dat hij al vier uitstekende platen heeft uitgebracht, speelde Ghostpoet nog steeds nog maar in de kleine Club boven.

Natuurlijk, de Club heeft ook haar charmes. Je hebt met z’n 280 (want uitverkocht) het gevoel dat je een geheim deelt dat niet bestemd is voor de rest van de wereld. Het meer bemoedigende nieuws is wel dat elke plaat van Ghostpoet het, volgens Wikipedia althans, iets beter doet dan de vorige in de UK Charts. ‘Dark Days + Canapés’, die uitkwam in augustus van vorig jaar, schopte het al tot een 39e plaats.

Het laatste nummer dat door de boxen knalde voor Ghostpoet opkwam, was Angel van Massive Attack. Het zal wel geen toevallige keuze geweest zijn, want dat bezwerende dat in veel van het werk van Massive Attack zit, vind je ook terug bij Ghostpoet. In Angel treedt dan nog heel erg de gitaar op de voorgrond, een instrument dat Obaro Ejimiwe tegenwoordig ook helemaal heeft omarmd.

"Faithless voor rockers"

“Faithless voor rockers” hoorden we iemand achter ons zeggen en hoewel we er zo nog niet over nagedacht hadden, klopt het wel. En dat heeft dan niets met de huidskleur te maken, maar eerder met de manier waarop Ejimiwe een manier hanteert die ergens zweeft tussen het debiteren van zijn teksten en het zingen ervan.

Dat de gitaar echt wel een factor van belang is geworden bij Ghostpoet hoorden we al in de opener Many Moods At Midnight, dat al opgeluisterd werd met een gitaarsolo. En in de twee singles Immigrant Boogie en Freakshow, die de hoofdset mogen besluiten, is de gitaar niet weg te denken. Het feit dat Ejimiwe op het podium geen instrument bespeelt, maakt dat hij zich helemaal kan laten gaan in de instrumentale stukken. Als het niet als zo’n cliché zou klinken, zouden we willen schrijven dat hij zijn duivels aan het bezweren was in Karoshi. Toch leek het wel zo.

Koud gepakt

Wie naar Ghostpoet gaat kijken doet dat voor het totaalpakket en dus zeker ook voor de teksten van Ejimiwe, die we zouden durven omschrijven als een poëet. In bijna elk nummer zitten wel enkele zinnetjes die je helemaal koud pakken. In Karoshi waren dat “And we're fighting for what?/Bloodshed and winning for what?”

De meest vrolijke mens die op deze aardbol rondloopt, lijkt Ejimiwe ons inderdaad niet. Een ander nummer van op ‘Dark Days+Canapés’ heet End Times, waarin hij zelfmedicatie onder de loep neemt (“I get this feeling, more of a chill/It won't go away, swallowing these pills/Is it my end times?).

Ook als het trager gaat en Ejimiwe zijn liefdesleven onder de loep neemt zoals in (We’re) Dominoes maakt hij indruk. Wie overigens dacht dat er niet gedanst kan worden op Ghostpoet: het hele concert lang hebben twee vrouwen ons het tegendeel bewezen. Er kan dus gedanst worden op Immigrant Boogie én op (We’re) Dominoes.

Onze hoogtepunten van de avond waren ondanks dat alles twee oudjes uit ‘Some Say I So I Say Light: Meltdown kwam tekstueel aan als een mokerhamer, Sloth Trot was meer de muzikale sloophamer.

De gekeerde rug

Ondanks dat alles was het mooiste moment van heel het concert een klein momentje tussen twee nummers in waarin Ejimiwe een man aansprak die op de rand van het podium zat te genieten van de muziek. Hij vroeg hem vriendelijk om ofwel van het podium te gaan, ofwel naast hen te komen zitten. Niet dat hij stoorde, maar “ik kijk niet graag op de rug van m’n publiek, daar word ik triest van.”

Het zegt veel over zijn instelling: Ghostpoet doet iets uniek in het hedendaagse muzieklandschap, maar Obaro Ejimiwe zal blijven werken voor elke rug die vandaag nog naar hem toe gekeerd is.

Lees meer

Dit al gelezen?