Chinese wetenschappers hebben nu apen gekloond en waarom dat zo bijzonder is

25 januari 2018

De twee java-aapjes Zhong Zhong en Hua Hua werden een paar weken geleden geboren in een laboratorium in China. Ze zijn een exacte kopie van het java-aapje waarvan lichaamscellen werden afgenomen. Of: Zhong Zhong en Hua Hua zijn klonen. En da's een primeur, want men was er nog nooit in geslaagd een primaat te klonen. Maar is het wel zo'n succes en waarom duurde het 20 jaar?

Zhong Zhong werd acht weken geleden geboren en Hua Hua zes weken geleden. De komende maanden worden er naar verwachting nog meer gekloonde java-aapjes geboren. Wetenschappers zeggen dat de genetisch identieke apen gebruikt kunnen worden voor onderzoek naar menselijke ziektes. Het gaat vooral om genetisch bepaalde ziektes, zoals sommige vormen van kanker en immuniteitsziektes. Het zou ook de deur kunnen openen naar het klonen van mensen.

Van Dolly naar Zhong Zhong

Om Zhong Zhong en Hua Hua te klonen werd in essentie dezelfde techniek gebruikt als die waarmee twee decennia geleden het schaap Dolly ter wereld kwam. Bij de SCNT-techniek wordt de kern van een cel in een eitje geplant waarvan de kern is verwijderd.

Het schaap Dolly bijvoorbeeld had drie moeders. Een ooi had een eicel geleverd. Daaruit was de kern verwijderd en vervangen door het genetisch materiaal van een tweede ooi – materiaal dat onderzoekers haalden uit de kern van een uiercel. De zo verkregen eicel was met elektrische schokjes tot delen gedwongen en bij een derde ooi ingebracht. Vijf maanden later werd Dolly geboren en ze was een exacte kopie van de tweede ooi.

Die techniek, de kerntransplantatie, is sindsdien met groot succes bij veel dieren toegepast. Honden en katten, paarden en ratten, padden en vissen zijn gekopieerd. Maar bij primaten lukte het nog nooit. In 1999 was er het resusaapje Tetra, maar in haar geval was het embryo in een zeer vroeg stadium gesplitst – of de natuurlijke weg waarlangs tweelingen worden geboren.

Epigenetische modulatoren

Het echte klonen van een primaat uit een niet-embryonale cel leek niet te doen, ook niet toen de techniek verfijnd werd en de ontvangende cel werd voorzien van epigenetische modulatoren. Daarmee konden genen worden aan- en uitgezet en kon de embryonale ontwikkeling met grote precisie worden gestuurd.

De Chinezen verfijnden de techniek van de epigenetische sturing, slaagden er ook al eens in om twee gekloonde aapjes ter wereld te brengen, maar die overleden een paar uur na hun geboorte. Toen ze de celkern uit bindweefselcellen van een embryonaal java-aapje hadden gehaald, leekt het eindelijk wél te lukken.

Er waren zelfs dan nog 21 pogingen nodig en zes zwangerschappen om Zhong Zhong en Hua Hua te "creëren".

Lees meer

Dit al gelezen?