© iStock

Aan het blokken? Dit bevordert/benadeelt je examenresultaten

9 januari 2018

Als we de cijfers van de universiteiten van Gent en Antwerpen moeten geloven, zijn er heel wat factoren die kunnen voorspellen of je zal slagen voor je examens of niet. De meeste opvallende: thuis Nederlands praten, al dan niet een klas in het middelbaar gedubbeld hebben en op kot gaan.

Ook zo aan het zwoegen achter je boeken? Je bent niet de enige en wij duimen! Toch is je examenresultaat niet enkel afhankelijk van hoe flink je gestudeerd hebt. Dat blijkt uit een onderzoek van de universiteiten van Gent en Antwerpen. Dat schrijven de kranten van De Persgroep.

Eind 2016 werden 696 eerstejaarsstudenten ondervraagd over hun smartphonegebruik en andere parameters die een invloed zouden kunnen hebben op de studieresultaten. De resultaten van die enquête werden gelinkt aan de examenscore van januari 2017.

Smartphone als dooddoener

En wat blijkt nu? Er is een direct causaal verband tussen examenresultaten en het gebruik van de smartphone. Studenten, die meer dan drie à vijf keer per les of meer dan twee keer per uur tijdens het studeren naar hun beeld zaten te staren, haalden gemiddeld 1,1 punt op 20 minder op hun examens dan studenten met een gematigder smartphonegebruik. Nog straffer: de eerste groep slaagde voor zo’n 60,6 procent van de afgelegde examens, terwijl dat bij de tweede groep 68,9 procent was.

Indirecte factoren

De onderzoekers hebben ook een niet-causale samenhang met andere factoren ontdekt. Dat wil zeggen dat de factoren niet direct de goede of slechte examenresultaten veroorzaakt hebben. Studenten, die een jaar later aan de universiteit starten, scoren gemiddeld 0,7 op 20 minder. Ook jongeren van buitenlandse origine, met gescheiden ouders of die thuis een andere taal dan Nederlands spreken, halen lagere punten.

Studenten, bij wie meerdere van bovenstaande factoren van toepassing waren, moesten zelfs de negatieve scores bij elkaar optellen. Concreet: wie is blijven zitten in de middelbare school, thuis geen Nederlands spreek én gescheiden ouders heeft, haalt gemiddeld 2,4 op 20 minder dan studenten dan studenten voor wie die eigenschappen niet gelden.

Kotstudenten doen het beter

Op kot zitten is blijkbaar goed voor de punten: studenten die niet elke dag naar hotel mama gaan, halen gemiddeld 0,7 op 20 meer dan hun collega’s die nog thuis wonen. Ook doen jongeren, die in het middelbaar al goed scoorden, het beter aan de universiteit. Wie het secundair afsloot met een gemiddelde score tussen de 70 procent en 80 procent, haalt aan de universiteit per examen zo'n 2 punten meer dan wie in het middelbaar onder de 70 procent zat. Wie méér dan 80 procent haalde in het secundair, scoort aan de unief zelfs 3,2 punten op 20 meer.

De parameters die géén verschillen opleverden

Nog opmerkelijker: de parameters die géén verschillen opleverden. “Er bleek geen statistische samenhang te zijn tussen de studieresultaten en het hebben van een lief, het feit of je ouders nog in leven zijn en of je je laptop gebruikt om notities te nemen in de les”, zegt hoofdonderzoeker professor Stijn Baert (UGent) in de kranten van De Persgroep.

Volgens Baert zou het kunnen dat die aspecten in de studie opgevangen worden door andere factoren, die mogelijk bepalender zijn: “We controleerden bijvoorbeeld ook de samenhang tussen motivatie en studieresultaten: wie erg gemotiveerd is, haalt een half punt meer. Mogelijk heeft het feit dat meisjes beter scoren dan jongens, eerder met hun motivatie te maken dan puur met het geslacht." Hetzelfde voor kinderen van ouders met een lager opleidingsniveau. "Het zou best kunnen dat dit heel bepalend geweest is in hun vroegere schoolcarrière, maar dat die impact opgevangen wordt in de statistieken over pakweg hun middelbare schoolresultaten of de thuistaal."

Lees meer

Dit al gelezen?