Onze man in Caracas: hoe een Venezolaanse student die verliefd werd op de Kempen op de barricades belandde

13 mei 2017

Venezuela staat op de rand van een bloedige revolutie. In het land is aan alles een tekort als gevolg van een vreselijke economische crisis door wanbeleid van eerst populist Hugo Chavez en nu president Nicolás Maduro. De Venezolanen kwamen afgelopen weken aanhoudend de straat op. Protest dat steeds gewelddadiger wordt en waarbij al 29 doden vielen de jongste dagen. Een jonge Venezolaan, die niet zo lang geleden in de Kempen als uitwisselingsstudent woonde en school liep, wil via newsmonkey vertellen wat er in zijn land gebeurt momenteel. Vandaag zijn relaas over hoe ook hij besloot, ondanks de gevaren, om in het verzet te stappen en op de barricades te gaan vechten.

Luis Fernandez bestaat ongetwijfeld: het is de combinatie van de populairste voornaam in Venezuela en de meest voorkomende achternaam daar. Onze Luis Fernandez bestaat ook, maar gaat door het leven onder een andere naam. We weerhouden zijn echte naam uit veiligheidsredenen.

Luis komt uit Ciudad Guayana, in het oosten van Venezuela. De stad telt ongeveer evenveel inwoners als de agglomeratie Antwerpen. Het is een belangrijk centrum voor de zware industrie. Er bevindt zich onder andere een hoogoven- en staalcomplex van het staatsbedrijf SIDOR (Siderúrgica del Orinoco), die de nabijgelegen ijzerertsvoorraden uit El Pao en Cerro Bolívar verwerkt tot gietijzer, ijzerpellets, plaatstaal en buizen. Het is ook een belangrijk centrum voor aluminium. De grootste aluminiumsmelterij van Latijns-Amerika bevindt zich in Ciudad Guayana, en de op twee na grootste stuwdam ter wereld, de Guridam, ligt vlakbij. Het is, of beter was, economisch een van de sterkst groeiende steden van Latijns-Amerika. Tot Venezuela de dieperik inging.

Luis woonde in de periode 2013-2014 bij een gastgezin in een Kempens dorp: hij liep in ons land school als uitwisselingsstudent en in die periode leerde hij een aardig mondje Nederlands.

Daarover wil hij dit absoluut kwijt: “In dat jaar werd ik bijzonder goed ontvangen door mijn gastgezin en ik voel dezelfde liefde voor hen als ik voor mijn eigen familie koester, en ik hoop dat ze hetzelfde gevoel delen. De waarden die zij hun twee dochters en zoon leren, zijn dezelfde waarmee mijn eigen ouders mij opvoedden, ontdekte ik. Ik heb veel vrienden gemaakt in België, ook op school, en ik heb gezien hoe warm en vriendelijk Belgen zijn; ik had een ander beeld van Europeanen. Het was een ervaring die ik me elke dag herinner en die ik koester met heel mijn hart.”

Luis wil graag delen wat hij momenteel als student meemaakt in Venezuela. Dit is zijn eerste bijdrage. We geven ze zo letterlijk mogelijk weer, maar hier en daar zijn details gewijzigd, om te vermijden dat Luis te zeer in beeld komt bij de Nationale Garde, de repressieve arm van het Venezolaanse regime.

Het relaas van Luis:

“Mijn land staat op stelten sinds 1 april 2017. We zijn aan het protesteren sinds 2014. Dat jaar waren er grote demonstraties tegen de regering met een groot aantal slachtoffers. Dit jaar zijn mensen weer massaal op straat gekomen, tegen een dictator die door de vorige dictator, Hugo Chavez Frías, aan de macht is gebracht. Voor het eerst in mijn leven heb ik nu meegemaakt hoe het voelt om mee te doen aan dat protest. Ik ging ernaartoe samen met mijn tante en mijn neef.”

“Toen we op de verzamelplaats kwamen voor de mars, was het eerste wat ik voelde de energie, de emotie, de kracht van de mensen, die het beu zijn dat de regering niet naar ons luistert en schaamteloos doet wat ze wil.”

“Het doel van onze protestmars is de Defensoría del Pueblo. We willen daar een document gaan afgeven dat bewijst dat de Guardia Nacional Bolivariana (GNB) en de Policía Nacional Bolivariana (PNB) gebruik maken van gevaarlijke methoden om de protesten tegen de regering te beheersen en te onderdrukken. We willen ook het ontslag eisen van de rechters van het Tribunal Supremo de Justicia (TSJ), die de grondwet en de democratie aan hun laars hebben gelapt door het door het volk verkozen parlement buitenspel te zetten en nietig te verklaren en te zeggen dat ze de taken van het parlement zouden overnemen. Die beslissing betekende het einde van de democratie in Venezuela en markeerde het begin van de zware protesten die we nu meemaken hier.”

Resistencia! Y va a caer, Y va a caer, este gobierno va a caer!

“We wandelen over de snelweg naar onze uiteindelijke bestemming, iedereen schreeuwt Resistencia! (Weerstand)! en Y va a caer, Y va a caer, este gobierno va a caer! (Ze gaat vallen, ze gaat vallen, deze regering gaat vallen!). Er is een dress code: wit shirt en tricolore petje, of alles dat geel, blauw en rood is: de kleuren van de vlag van ons land. Geen wapens zijn toegestaan onder de deelnemers omdat we op een vreedzame manier willen protesteren.”

“Dan komen we aan een versperring, een muur opgeworpen door de Nationale Garde, om ons tegen te houden. Iedereen zet zich frontaal voor die muur en er wordt geroepen naar de agenten: Pónganse del lado del pueblo que juraron defenderlo (Kom naast de mensen staan die je hebt gezworen te beschermen).”

“Mijn tante zegt tegen mijn neef en mij dat we snel naar achteren moeten, ze weet dat er iets op komst is, ik denk dat het moederinstinct is. En meteen daarop begint de Guardia Nacional Bolivariana ons te bestoken met pepper spray.”

Bendición mamá, bendición papá

“Iedereen schrikt terug, loopt 100 à 150 meter weg. Ik zie dat jongens en meisjes van mijn leeftijd (ik ben 22) hun rugzakken op de grond gooien en zich schrap zetten. Het zijn vooral studenten, ik herken er vanop de unief. Ze gaan de confrontatie met de Guardia Nacional Bolivariana aangaan.”

“Ze zetten gasmaskers op en doen handschoenen aan, dat laatste dient om de traangasgranaten te kunnen oprapen en terug te gooien. Ze hebben ook helmen bij, voor als ze door zo’n granaat geraakt worden of erger, door hagel uit een geweer. En om de klappen op te vangen van de gevechtsschilden die de agenten gebruiken.”

“Ik zie ook hoe ouders hun zonen en dochters helpen om hun gerief aan te doen. De zonen en dochters nemen afscheid van hen op een typisch Venezolaanse manier: bendición mamá, bendición papá. Ze vragen om de zegen van hun ouders. Dios te bendiga, antwoorden de ouders, God bless you.”

“Wanneer de jongeren klaar zijn trekken ze onder aanmoedigingen en applaus terug naar de versperring. Jullie zijn de helden van dit land wordt geroepen. Ik heb zin om mee te doen met hen, maar ik heb geen uitrusting, en mijn tante heeft sowieso andere ideeën. Ze sleurt mijn neef en mij verder weg van de confrontatie.”

“Ondertussen hoor ik luide knallen. Van vuurwerk dat de studenten afschieten, maar ook van granaten die afgaan. Er zijn ook geweerschoten. Enkele minuten later komen motorfietsen uit de rook. Ze zijn studenten gaan oppikken in de vechtzone die gewond zijn geraakt.”

Ga niet weg! Help ons, coño!

“Er zijn er die verstikt zijn door het traangas, sommigen zijn al bewusteloos. Er zijn ook mensen die geraakt zijn door hagel of door de traangasgranaten. Er zijn een paar ambulances waar ze worden ingeladen, andere gewonden worden gewoon achterop een brommer naar het ziekenhuis gevoerd.”

“Ik zie een jongen die heel erg bloedt aan zijn hoofd, een andere heeft een diepe wonde in zijn nek. Terwijl ik dit aan het schrijven ben, verneem ik dat één van hen is overleden ondertussen.”

“De Nationale Garde is ondertussen aan het oprukken, we moeten nog verder terug, een veilige plaats gaan zoeken. Een jongen, die met z’n ene hand z’n vriendin vasthoudt en in de andere zijn helm en gasmasker, roept Ga niet weg! Help ons, coño!"

“De verleiding is groot, maar mijn tante is vastberaden en laat mij en mijn neef niet los. De Nationale Garde gooit nu alles in de strijd tegen de studenten. Het lijkt alsof ze een onuitputtelijke voorraad gasgranaten en cartouches hebben. Het is van hun kant heel koelbloedig gecoördineerd: een helicopter vliegt over de demonstranten en geeft de zwakke plekken door, die ze op de grond dan bestoken met traangas en waterkanonnen op pantservoertuigen.”

“Het is tijd om naar huis te gaan, zegt mijn tante.”

Ik kan niet zomaar toekijken

“Ik ben sindsdien heel erg aan het nadenken over wat ik nu moet doen. Ik ben bezig met de hele papierwinkel om een visum voor België aan te vragen, om daar te studeren, want mijn ouders willen me weg uit Venezuela, het is hier te gevaarlijk geworden zeggen ze.”

“Maar ik kan niet zomaar toekijken. Ik ben tot de conclusie gekomen dat ik tussen die studenten en burgers wil staan, dat ik wil vechten tegen dit onrecht dat ons wordt aangedaan. Ik riskeer dat ze me opsluiten of, in the worst case scenario, dat ik gedood word. Maar ik wil erbij zijn. Ik wil ook op de barricades staan. Al was het maar om als reporter verslag te kunnen uitbrengen over hoe deze corrupte regering zijn eigen volk behandelt. After I'm done with this email, I'll buy everything I need to be in the front.

Noot van de redactie: we hebben “Luis” proberen te overtuigen om zich in geen levensbedreigende of gevaarlijk situaties te begeven. We wachten ondertussen op zijn volgende mail.

Dit al gelezen?

Jouw reactie?