© epa

Mantra over "onbetrouwbare peilingen" mag nu wel stoppen: in Frankrijk waren ze er pal op

25 april 2017

analyseSinds de Brexit en de verkiezingen van Donald Trump maakt 'peilingen bashen' opgang: ze zijn onbetrouwbaar en enkel deel van het politieke spelletje. De verkiezingen in Frankrijk bewijzen nochtans nogmaals het nut van die bevragingen: peilers voorspelden de resultaten van de vier topkandidaten binnen één procent van de uiteindelijke score. 

Niet alleen een overwinning voor Emmanuel Macron gisteren, maar evengoed voor zowat alle peilingbureau's die de Franse verkiezingen voorspelden. Want bijna iedereen had Macron op nummer één gezet, met 24 procent. Marine Le Pen zou tweedes binnenkomen, op 22 procent. En daarna volgde dan François Fillon met 20 procent en François Mélenchon op 19 procent. Al die scores zaten uiteindelijk op minder dan 1 procent van de uitslag.

Nochtans maakt de Franse wetgeving het niet bepaald makkelijk voor peilers. Want zo is er een Franse wet die zegt dat elke communicatie verboden is over peilingen door kandidaten, peilers én media vanaf de vrijdag voor de verkiezingen tot zondag 8 uur op de dag van de verkiezingen. In de laatste rechte lijn waren dus geen resultaten beschikbaar, en moesten peilers hopen dat er niet veel meer verschoven was.

Sinds de verkiezingen in de VS en over de Brexit kreeg de reputatie van peilers een stevige tik. Donald Trump won in de VS eerder verrassend, veel peilingen zetten tegenstander Hillary Clinton op winst. Maar uit verschillende modellen gebaseerd op de peilingen bleek ook dat Trump helemaal niet kansloos was, compleet fout waren de peilers dus ook niet in de meeste staten.

Opvallend nu: de peilers in Frankrijk die puur online bevroegen, zeggen dat ze daardoor betere resultaten kregen. Want mensen zijn online, in interactie met een computer, tegenwoordig eerlijker dan aan de telefoon, in interactie met een mens. "Er is een deel van het publiek dat niet wilde toegeven aan de telefoon dat ze voor Trump of Brexit wilden stemmen", zegt Jérome Fourquet van peilingbureau Ifop aan de Financial Times.

Telefonisch kwalitatiever? Tegenwoordig niet meer

Dat is een belangrijke evolutie, want lange tijd werden telefonische peilingen beschouwd als kwalitatiever. Onder meer de peiling van VRT/De Standaard in België wordt nog telefonisch uitgevoerd. Het bureau daar is TNS. De resultaten verschillen regelmatig met de peiling van Ipsos, die door VTM/Het Laatste Nieuws wordt uitgevoerd.

Een andere factor die peilingen in Frankrijk betrouwbaar maakte: de opkomst was behoorlijk hoog en erg consistent met vorige presidentsverkiezingen. Die zit traditiegetrouw rond de 80 procent, en dat was deze keer niet anders. Dat maakt het makkelijker voor peilers: zo kunnen ze makkelijker van hun staal extrapoleren naar heel de bevolking.

Opkomst is een van de moeilijkste parameters

Onder meer de Brexit-peilingen waren daardoor minder accuraat: de opkomst was erg moeilijk in te schatten en bleek ook veel hoger dan bij een gemiddelde Britse verkiezing. Een pak mensen waar in de peilingen minder rekening mee gehouden werd, onder meer omdat ze al tientallen jaren niet meer kwamen stemmen, daagde wel degelijk op en stemde "leave" in het referendum. De test voor de Franse peilers is dus nog niet voorbij: de tweede ronde, waarin Macron het zonder een partijapparaat moet opnemen tegen Le Pen, wordt meteen opnieuw een uitdaging. Peilingen voor de uitslag van de tweede ronde zetten Macron daarbij alvast op heel stevige winst.

De laatste maanden kwam er erg veel kritiek op peilingen en peilers, die "onbetrouwbaar bleken". Vaak zijn het politici zelf die zich daarbij kritisch opstellen, en het 'nut' van peilingen in vraag stellen, of oproepen om niet langer te peilen. Een vreemde redenering: metingen uitvoeren is een essentieel deel van een maatschappij die probeert zichzelf correct te informeren. Over de methodologie van de peilers kan altijd gediscussieerd worden: in die zin is het debat over al dan niet online peilen versus via de telefoon erg interessant.

Niet de peilingen, maar hoe journalisten en politici ze interpreteren is het probleem

En erg vaak zijn het ook eerder journalisten en politici zelf die peilingen op allerlei manier interpreteren, maar die weinig wetenschappelijke waarde hebben. Peilingen geven immers trends aan die 'statistisch significant' zijn of dat niet zijn. Peilers proberen zo altijd een trend line te ontwaren: schuift een partij of kandidaat in een bepaalde richting op, en is die stijging/daling dan echt of binnen de foutenmarge? Enkel als dat het geval is, kan je zeggen dat er een verschuiving is ten opzicht van de vorige resultaten. In de laatste peilingen voor Vlaanderen zie je dat er vier partijen binnen hun score van 2014 zitten: CD&V, sp.a, Open Vld en Vlaams Belang. Enkel N-VA heeft een statistisch significante daling, en Groen stijgt significant.

Maar peilingen hebben politiek wel bijzonder veel impact. Zo scoort CD&V, zonder echte verandering in de trend line, in de laatste VRT-peiling weer wat hoger. En plots voelt de partij zich dan gesterkt, en gedraagt ze zich in de politieke arena wat assertiever. Sp.a krijgt een kleine klap, ook niet statistisch relevant, maar daar heerst het gevoel dat de partij in een dipje zit. Het zit dus meer in het hoofd, maar zo wordt perceptie wel politieke realiteit.

Lees meer

Dit al gelezen?

Jouw reactie?